In de goed gevulde huiskamer van De Oosterhoorn in Ermelo, kondigt medewerker activering en welzijn Tjitske Noorman aan: “We gaan zo naar de markt”. Bewoners en een groep vrijwilligers hebben zich er verzameld rondom de tafel. Dit keer zijn er genoeg vrijwilligers, dus iedereen kan mee. De geur van koffie hangt in de lucht, net als de gezellige sfeer. Het vooruitzicht op een gebakken visje draagt daar zeker aan bij.

Warm
Ondertussen grist Tjitske kleedjes en winterjassen uit kasten en van haakjes. Even later zitten de bewoners er warmpjes bij in hun rolstoelen. Een van de vrijwilligers achter de rolstoelen is Alie Prummel. Een vrouw die na haar pensioen het goedbedoelde advies kreeg om eerst maar eens een half jaartje niks te doen. “Dat kan ik helemaal niet”, zegt ze lachend. Inmiddels doet zij alweer anderhalf jaar vrijwilligerswerk. “Een keer in de veertien dagen ga ik mee naar de markt. Ik werk ook op de kookgroep bij Brem (Sonnevanck) en ik assisteer daar de activiteitenbegeleider.”

Naastenliefde
Het deert Alie niet dat de vrouw in de rolstoel weinig terug zegt. Voor haar vriendelijke woorden, aanraking of vrolijke lach, verlangt zij niets terug. “Ik denk dat ik er feeling voor heb, voor mensen te zorgen. Voorheen was ik administratief medewerker, ik ben daarin gerold. Misschien had ik destijds moeten kiezen voor de zorg.” Het is voor haar zo klaar als een klont: “Je leeft niet alleen voor jezelf. Naastenliefde is mijn motivatie.”

Blij
Alie begrijpt niet waarom Tjitske zo moeilijk vrijwilligers kan krijgen. In De Oosterhoorn, gelegen op het Ermelose Veldwijkterrein van GGz Centraal, wonen ouderen met lichamelijke beperkingen in combinatie met chronische psychische problematiek. “Mensen weten misschien niet wat dat inhoudt”, denkt Tjitske. “Tegen hen zou ik willen zeggen: “Kom eens kijken, ga mee”. Daarna bestelt ze de vis. Ondertussen knoopt een deel van de bewoners een gesprekje aan: “Lekker weer he?”, ” “Heb je ook zo’n trek in een visje?” Na het felbegeerde visje en de koffiepauze in de Immanuelkerk vertrekt de stoet huiswaarts. Op de terugweg legt Alie uit wat zij terug krijgt voor haar vrijwilligerswerk: “Ik word er blij van. Dat blije gevoel neem ik altijd mee naar huis.”