en het is tijd dat artsen in opleiding dat horen

“Op de geneeskunde-opleiding wordt te weinig aandacht aan ouderenzorg besteed, terwijl dit misschien wel de meest interessante richting is.” De toon is gezet. Laura Faut is specialist ouderengeneeskunde in opleiding en denkt dat het landelijke tekort aan specialisten ouderengeneeskunde komt door een gebrek aan kennis. “Het is een prachtig vak, maar dat wordt onvoldoende verteld. In het ziekenhuis zie je patiënten maar even, in een verpleeghuis vaak tot het einde van het leven. In de zorg voor ouderen ben je generalist, dat maakt mijn rol als arts in opleiding (AIOS) zo uitdagend!”

Zij is een vrouw met een missie. In 2009 studeerde Laura af. Ze had toen niet de mogelijkheid om co-schappen te lopen in een verpleeghuis. Tijdens haar studie kwam zij eigenlijk niet met ouderenzorg in aanraking. Dat geldt voor de meeste artsen. Maar er vindt een verschuiving plaats. Er komen meer opleidingsplekken en dus meer aandacht in de opleiding voor de ouderenzorg en dat vindt Laura een goede zaak: “Studenten geneeskunde vertel ik graag hoe ik het vertrouwen bij zowel cliënten als collega’s verdiende.”

Complexe zorg

Het is klip en klaar voor Laura: “Werken in een verpleeghuis is uitdagender dan in het ziekenhuis! Elke cliënt in een verpleeghuis heeft complexe problemen. Hiervoor was ik militair arts. Toen kwamen gezonde, jonge mensen binnen met een verzwikte enkel of een blaasontsteking. Daar zijn simpele oplossingen voor. In de ouderenzorg niet. Elke cliënt gebruikt andere medicijnen, heeft vaak meerdere en complexe problemen, met het totaalplaatje houd je rekening voor je een recept uitschrijft. Dat is soms echt een puzzel. Neem die blaasontsteking; bij een jong iemand schrijf je een kuurtje voor, maar bij een ouder iemand moet je rekening houden met de nierfunctie die slecht is, of dat iemand verward kan raken. Eenzelfde probleem, maar lastiger op te lossen. Je moet aan veel meer dingen denken. Dat maakt het interessant. Maar niet alleen het fysieke aspect is belangrijk bij de behandeling. Ook het mentale gedeelte is in de ouderenzorg complexer. Wil iemand wel behandeld worden? Hoe ga je om met iemand die de rit naar het ziekenhuis niet aan kan? Waar ligt de grens voor die persoon? En voor jou als arts?”

“Dat is het verschil met jongere mensen die je wilt genezen. Ouderen in het verpleeghuis zijn afhankelijk van anderen, daarom verhuizen zij. Mensen die afhankelijk zijn maken andere keuzes in het leven. Om cliënten bij die keuzes te helpen moet je verder kijken dan het ziektebeeld, je moet weten hoe iemand in het leven staat. Oprecht aandacht hebben voor iemands levensverhaal. Wat zijn iemands levensdoelen? Hoe zijn de familiebanden? Wat deed iemand vroeger graag? Onlangs hadden we een verwarde, onrustige man in een woning voor mensen met dementie. Hij kon zelf niet meer bedenken dat hij klassieke muziek ooit mooi vond, maar de verzorging wist dat wel. Nu kan hij een uur muziek luisteren en rustig zitten. Leuk als dat dan werkt!”

Weerstand bij cliënten

Niet alleen bij medestudenten wil Laura de beeldvorming veranderen. Ook bij cliënten. Zij zitten meestal niet op haar komst te wachten: “Cliënten die naar een verpleeghuis verhuizen nemen afscheid van hun huisarts en komen onder de zorg van de specialist ouderengeneeskunde. Terwijl zij vaak hun leven lang dezelfde huisarts hadden. Dat zorgt voor onbegrip. Die band met een cliënt moet je opbouwen. Ook dat is een uitdaging. Daarom probeer ik bij elke cliënt regelmatig langs te gaan. Bij ze te zitten en echt tijd voor hen te maken. In korte tijd wil je iemand leren kennen, waar een huisarts een leven lang de tijd voor had. Dat begint met vragen stellen, luisteren en de hulpvraag van cliënten en familie echt horen. Vertrouwen krijg je niet, dat moet je verdienen. Dat betekent dat ik beloftes die ik maak altijd probeer na te komen en behandeling zo goed mogelijk laat aansluiten op de wensen en doelen van cliënten. Genezing is vaak niet mogelijk, maar ik haal voldoening uit het verlichten van klachten en het leven zo prettig mogelijk maken ondanks alle beperkingen. Als je cliënten, hun naasten en collega’s daar goed in weet te begeleiden is dat mooi. Het is dankbaar werk dat ik doe.”

Geen groentje

Als arts in opleiding heeft Laura niet de ervaring van een specialist ouderengeneeskunde, toch mogen cliënten en collega’s eenzelfde kunde van haar verwachten: “Als organisatie heb je een goede balans nodig tussen artsen in opleiding en ervaren collega’s. Ook ik ben dagelijks met mijn vak bezig. Mijn voordeel is dat ik nog naar de universiteit ga. Daardoor ben ik op de hoogte van de laatste inzichten. Vaak zijn dit medisch inhoudelijke dingen. Tijdens het artsenoverleg breng ik deze in en deel ik die kennis met de ervaren artsen. Daarnaast heb ik terugkomdagen op de universiteit. Daar bespreek ik weer casussen uit de praktijk met andere artsen in opleiding. Ik heb dan wel minder ervaring dan iemand die al 10 jaar in de ouderenzorg werkt, maar met mijn collega’s bij de Zorggroep en de ruggespraak op de universiteit kom ik altijd wel tot een goed plan. In een organisatie moet die balans tussen supervisors, arts-opleiders en AIOS goed zijn. Ook al vertrekt een arts in opleiding na een tijd weer, zij zijn belangrijk voor het kennisniveau van een organisatie.”

Laura besluit: “Als arts in opleiding in de ouderengeneeskunde moet je veelzijdig zijn. Betrouwbaar, betrokken en met veel kennis van ouderenzorg. Iemand komt tot het einde van het leven bij ons wonen met vaak complexe, meervoudige problematiek. Jij moet in korte tijd het vertrouwen verdienen van cliënten en collega’s. Waarom is er dan een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde? Werken in de ouderenzorg is enorm uitdagend, dat moet meer verteld worden!”