Stap voor stap haar plek vinden

Twee jaar geleden kwam Deqa (18) vanuit Somalië naar Nederland. Ze was nieuw in een land waarvan ze de taal nog nauwelijks sprak. Vooral Nederlands spreken vond ze in het begin spannend.

Ze was bang om fouten te maken. Inmiddels gaat ze naar school, werkt ze bij een supermarkt en doet ze iedere week vrijwilligerswerk bij Kroondomein in Ermelo. Vooral dat laatste helpt haar om steeds zekerder Nederlands te spreken.

Het idee om vrijwilligerswerk te doen kwam op een bijzondere manier tot stand. Deqa vroeg ChatGPT hoe ze haar Nederlands het beste kon verbeteren. Het advies: zoek een plek waar je veel met mensen praat en de taal in de praktijk kunt oefenen. Vrijwilligerswerk in de ouderenzorg leek daarvoor een goede mogelijkheid.

Zo kwam ze uit bij de Zorggroep. Inmiddels is ze iedere week een dag bij Kroondomein te vinden. “Ik wil mijn Nederlands verbeteren”, was voor Deqa een belangrijke reden om te beginnen. Maar inmiddels betekent het vrijwilligerswerk veel meer voor haar dan alleen oefenen met de taal.

Nederlands leer je door het te doen

Op school leert Deqa vooral de theorie. Bij Kroondomein leert ze Nederlands in de praktijk. Ze maakt koffie voor bewoners, helpt waar dat nodig is en maakt een praatje. En juist dat praten is waardevol.

Dat gaat niet altijd gemakkelijk. Sommige bewoners praten snel of gebruiken dialect. Dan moet Deqa soms extra goed luisteren. Toch blijft ze proberen. Ze heeft geleerd dat fouten maken juist bij het leren hoort. Hoe meer gesprekken ze voert, hoe makkelijker het wordt om te reageren.

De bewoners hebben daar een belangrijke rol in. Ze nemen de tijd en helpen haar als ze een woord niet begrijpt. Deqa merkt dat de bewoners het ook leuk vinden om met haar te praten. Zo ontstaat er iets wederzijds: Deqa oefent haar Nederlands, terwijl de bewoners met haar in gesprek gaan en haar helpen om de taal beter te leren.

“Door vrijwilligerswerk te doen en veel met mensen te praten, heb ik steeds meer zelfvertrouwen gekregen”, “vertelt Deqa. Ik leer niet alleen Nederlands van de mensen die ik ontmoet, maar ook van hun verhalen en ervaringen.”

Voor Deqa is dat verschil tussen school en vrijwilligerswerk duidelijk. Op school leert ze de taal uit boeken en lessen. Bij Kroondomein komt ze situaties tegen die ze niet vooraf heeft geoefend. Een gesprek over het dagelijks leven, een vraag van een bewoner of een woord dat ze nog niet kent: het zijn allemaal momenten waarop ze leert.

“Waar was je vorige week?”

Inmiddels heeft Deqa met verschillende bewoners een goed contact opgebouwd. Een van de bewoners kijkt inmiddels echt uit naar haar komst. Toen Deqa een week niet was geweest, vroeg de bewoner waar ze was geweest en hoe het met haar ging.

Voor Deqa is zo’n reactie waardevol. Ze merkt dat mensen haar aanwezigheid missen als ze er niet is. Dat geeft haar het gevoel van verbondenheid.

Dat is een kant van vrijwilligerswerk die verder gaat dan het helpen bij een activiteit of het schenken van een kop koffie. Deqa brengt tijd, aandacht en een gesprek mee. Voor bewoners biedt dat een extra contactmoment en een vertrouwd gezicht. Voor Deqa is het een plek waar ze nieuwe mensen leert kennen en zich steeds meer thuis voelt.

Ook het contact met collega’s draagt daaraan bij. Deqa vertelt dat ze lieve collega’s heeft en dat ze inmiddels gemakkelijk met hen praat. Het vrijwilligerswerk geeft haar zo een plek waar ze mensen ontmoet buiten school en haar werk bij de supermarkt.

Steeds een stap verder

Deqa is ambitieus. Ze wil haar Nederlands verder verbeteren en een hoger niveau bereiken. Ook heeft ze plannen voor de toekomst, waaronder het halen van haar rijbewijs. “Ik ben pas 18 jaar en heb nog veel dromen en doelen”, vertelt ze. “Ik weet dat ik stap voor stap moet blijven leren en proberen, maar ik heb vertrouwen in mezelf en mijn toekomst.”

Beter Nederlands spreken helpt haar om zelfstandiger mee te doen in het dagelijks leven. Naast school, haar werk en het vrijwilligerswerk heeft Deqa ook tijd voor dingen die ze leuk vindt. Zo houdt ze van henna tekenen.

Voor Deqa gaat vrijwilligerswerk daarmee over meer dan taal leren. Ze krijgt de ruimte om mee te doen, contacten op te bouwen en haar vaardigheden verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd brengt ze zelf iets mee: haar achtergrond, haar enthousiasme en haar eigen manier van contact maken.

Voor de Zorggroep betekent dit dat er iedere week een betrokken vrijwilliger klaarstaat voor de bewoners: iemand die bewust voor de ouderenzorg heeft gekozen en met aandacht bijdraagt aan het dagelijks leven binnen Kroondomein.

Deqa had een praktische vraag: hoe leer ik beter Nederlands? Het antwoord bracht haar naar een plek waar ze niet alleen de taal oefent, maar ook relaties opbouwt, ervaring opdoet en steeds meer haar plek vindt.

Haar advies aan anderen die bang zijn om fouten te maken is eenvoudig: blijf proberen. Ook als iets de eerste keer niet lukt, probeer je het opnieuw. Stap voor stap.

Precies dat doet Deqa zelf.